10-04-07

VERDER VERLOOP DER GEVECHTEN

12.3.1941.Bij het krieken van de dag word ik ontboden bij de Kommandant van de Compagnie. Deze geeft mij het bevel om de 1e Compagnie die zich ergens op de weg naar het dorp Mendi bevindt, te gaan ophalen. Na amper 2 km. hoor ik twee geweerschoten die op ons gericht zijn. Iedereen valt plat op de grond en zie:daar komen 3 Italiaanse soldaten in onze richting aangewandeld! Plots bemerken ze ons, ze gooien hun geweren op de grond, steken hun armen omhoog en komen zich overgeven. Ze worden gefouilleerd en onder de bewaking van één van onze soldaten worden ze naar de Bataljonskommandant gezonden.Vier kilometer verder verrijst een enorme berg, maar gelukkig is er een weg die rond de berg loopt. In de verte bemerk ik een Italiaanse militaire post die verlaten schijnt. Wat later zie ik toch soldaten naar buiten komen en die beginnen de berg te beklimmen. Aangezien het te ver is om duidelijk te kunnen onderscheiden of het Italianen of Engelsen zijn, laat ik mijn troepen hun geweer opsteken met de kolf omhoog. Dit is het teken dat we afgesproken hadden met de Engelsen. Ik krijg echter geen antwoord en ik los twee waarschuwingsschoten. Daarop vuren de anderen enkele salvo's naar ons met hun mitrailleurs. Daarom stuur ik enkele verkenners om uit te maken met wie we te doen hebben. Wat later komen dezen me vertellen dat het wel degelijk Engelsen zijn. Eindelijk zie ik in de verte de 1e Compagnie defileren in de vallei. Een Engels officier beweert echter dat het de 2e Compagnie is.Ik ruk nog 5 km. verder op, maar bespeur niemand. Totaal uitgeput keren we terug en komen aan waar de Compagnie gelegerd is. 4713.3.1941: Vandaag is het een rustdag. Ik ga de Italiaanse posities verkennen.Op het eerste gezicht zijn die posities bijzonder goed gekozen en echt oninneembaar. Ze overheersen de hele streek en er zijn uitstekende plaatsen voorzien voor het installeren van automatische wapens en zelfs voor batterijen kanonnen. We treffen enorme hoeveelheden munitie en obussen aan, maar ook geneesmiddelen en verbandmateriaal.Alles wijst erop dat de Italianen hals over kop gevlucht zijn; Ze hebben voor miljoenen aan materiaal achtergelaten. Officieren hebben zelfs hun persoonlijke bezittingen en hun sabels in de steek gelaten. Ondertussen weten we met zekerheid dat de legersterkte van de Italianen in ASOSA minstens 5 bataljons, 2 artilleriebatterijen en een volledig gemotoriseerd escadron bedroeg.Niemand kan begrijpen wat de Italianen ertoe aangezet heeft om op de vlucht te slaan, hoewel ze goed georganiseerd waren en veel talrijker dan ons.Het klimaat is hier eerder aangenaam: we bevinden ons immers op 1500 m. hoogte maar 's nachts is het kil en we kunnen best twee dekens gebruiken om te slapen.Ons derde bataljon heeft uiteindelijk in totaal 73 krijgsgevangenen gemaakt.Het stadje ASOSA is niet erg interessant. Er zijn schamele huisjes, de straten hebben pompeuze namen zoals de Mussolinilaan. Verder is er niets merkwaardigs.14.3.1941: Omstreeks 9 uur komt een Italiaans vliegtuig overgevlogen, maar verder gebeurt er niets. 5915.3.1941: Om 9 uur komt opnieuw een Italiaans vliegtuig overgevlogen om spoedig daarna in de verte te verdwijnen.16.3.1941.: Om 6u30 's morgens vertrekken we naar SIROGHOLI. Theoretisch is de afstand slechts 18 km. Maar de mars duurt 10 uur, en helemaal uitgeput komen we daar aan.Wordt vervolgd.

21:55 Gepost door felixdenis in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.